Art 6
Aardappel - Patat

De aardappel is zeker geen geneeskruid maar een ordinaire voedingsplant. Zo ordinair dat hij zelfs gebruikt wordt als scheldwoord: "jij patat!" om uit te drukken dat iemand lomp en dom is. Maar desondanks die "ordinaire" conno -tatie, is de Aardappel om verschillende redenen een interessante plant. Voor-eerst is er zijn merkwaardige geschiedenis die de moeite loont om bij te blij-ven stilstaan.

Eeuwenlang (vanaf 7000 voor onze jaartelling) was de Aardappel inheems in het Andesgebergte van Zuid-Amerika. Op de hoogplateau's konden niet zo-veel gewassen geteelt worden, zodat de Aardappel het belangrijkste overle-vingsgewas was. Hoe belangrijk hij was, blijkt uit het feit dat hij door de in-heemse bevolking de papa werd genoemd: "hun vader" die centraal stond in hun voedselveiligheid. In de loop van die eeuwen werden dan ook in de erg uiteenlopende klimatologiese omstandigheden die in een gebergte kunnen heersen, honderden verschillende soorten ontwikkeld. Van de huidige 5000 variëten die er nu wereldwijd bestaan, zijn er 3000 destijds ontstaan in Peru. Het belang van dit gewas wordt andermaal duidelijk wanneer men weet dat er in het Peruviaans meer dan 1000 woorden bestaan om de aardappel en zijn variëten te benoemen.

De verovering van de Spaanse conquistadores van Midden- en Zuid-Amerika luidde een nieuw hoofdstuk in: niet alleen betekende dit het einde van de In-ca-kultuur die vanaf de 13-e eeuw de plak zwaaide in het Andesgebied, maar ook de strooptocht van edele metalen en allerhande planten, specerijen en gewassen naar Europa. Waaronder de Aardappel die in 1536 voor het eerst zijn intrede in Europa deed. Het zijn monniken (Karmelieten) die deze plant telen, maar eerder als curiosum dan als voedingsprodukt. Het duurt tot het eind van de 16-e eeuw voor deze nieuwe plant werd geschilderd en afgebeeld, en nog twee decennia voor hij zijn wetenschappelijke naam solanum tubero-sum krijgt. Wie denkt dat dan de opmars van de patat als voedselgewas defi-nitief begonnen is, heeft het mis, want de boeren stonden erg weigerachtig te-genover een plant waarvan de stengels en bessen giftig waren, zodat de knol-len werden gebruikt als varkensvoer of voor hen die uit armoede het risiko erbij wilden nemen. Het zou duren tot 1727 voor de aardappel als "volwaardig voedsel" officiëel werd erkend. En van danaf ging het in snelheidstreinvaart. In de 18-e eeuw werd hij in de meeste Europese landen algemeen verbouwd, in die mate dat halfweg de helft van de 19-e eeuw een schimmelziekte de aard -appeloogst deed mislukken, en voor katastrofale hongersnood zorgde, vooral in Ierland en Schotland (in Vlaanderen stierven er toen 50.000 mensen).

De Aardappel behoort tot een intrigerende planten-familie: de Solanaceae of de Nachtschadigen. Die bestaat uit een reeks stuk voor stuk bijzondere en sterk giftige planten: Zwarte Nachtschade, Bitterzoet, Boksdoorn, Bilzen-kruid, Gifbes (Nicandra), Doodkruid (Belladona), Doornappel (Datura), Al-ruin (Mandragora). Deze reeks wordt aangevuld met de "groenten" Aardap-pel, Tomaat, Aubergine en Paprika, de specerij Spaanse Peper en het "genots-middel" Tabak waarvan resp. de knollen, de vruchten of de bladeren kunnen worden gekonsumeerd, maar waarvan de andere delen giftig blijven. Dit komt omdat deze planten een hele trits alkaloïden bevatten, die in de loop der tij-den als roesmiddel, verdovingsmiddel, narcoticum of gif werden gebruikt. Daaraan dankt deze familie ook én zijn kwalijke reputatie, én zijn naam: ze dragen een zwarte schade of een schaduw-kant in zich. Het zijn sterke plan -ten, met een sterk verhaal, en een sterke werking, MAAR ook gevaarlijke planten met wie men zeer voorzichtig moet omspringen.

ASTROLOGIES herkennen we hierin de Schorpioen-Pluto-energie: een sterke energie, maar met tegelijk ook een destruktieve kracht in zich als men die niet kan beheersen. De nicotine in Tabak is erg verslavend, en tussen de roesverwekkende en narcotiese werking, en de dodelijke werking liggen slechts graduele verschillen.
De naam van het geslacht Solanum, waartoe de Aardappel behoort, is afgeleid van het Latijnse "solari"=pijnstillen. Het alkaloïde is hier solanine, dat voor-al geconcentreerd wordt in de uitlopers en de groene bessen; de knollen zijn immers het reserve-materiaal van de plant waarvoor dit niet nodig is. Maar onrijpe en groene, of groen geworden patatten zijn ook giftig. De reden waar-om de Aardappel moet gekookt worden om te kunnen eten, is te wijten aan een andere giftige stof, de toxine fasine die bij hoge temperatuur wordt afge-broken. De soortnaam tuberosum -hoe kan het ook anders- refereert naar de patat: het Latijnse "tuber"= knol.

De bloemen van de Aardappel krijgt men zelden of slechts kortstondig te zien, en dat is jammer want die zijn erg mooi. Ze variëren in kleur van melkwit over roze tot paars, met een karakteristieke vorm: vergroeide kroonblaadjes die een soort kelk vormen rond de felgele koker van meeldraden, waaruit in het midden het vruchtbeginsel steekt. De vrucht is een bes, maar die krijgt men bijna nooit te zien, omdat de geslachtelijke voortplanting alleen van belang is om nieuwe variëten te kweken. De ongeslachtelijke manier met poot-aardap-pelen, is de courante manier waarop de aardappel wordt gekweekt.
Omdat men dan enorme velden met geneties identieke planten (want alle-maal afkomstig van één en dezelfde plant) aanlegt, wordt zo'n teelt kwetsbaar voor allerhande plagen. Dit heeft de geschiedenis ook bevestigd met in het midden van de 19-e eeuw een schimmelplaag, en in het midden van de 20-ste eeuw een coloradokever-plaag. Wanneer men dan ook nog eens de meest kwetsbare soorten uitkiest omdat die een hogere opbrengst garanderen, heeft men dit grotendeels aan zichzelf te wijten. Men moet de monoculturele patat zoals die hier in de Lage Landen wordt geteeld, maar eens vergelijken met de grote diversiteit aan soorten zoals die in zijn heimat wordt geteeld; dat zegt genoeg.

De veelzijdigheid is nochtans één van de troeven van de Aardappel, en de sleutel van zijn immens succes alover de hele wereld: gestampt, gekookt, ge-bakken, gefrituurd, als kroketten, als chips, .... de Aardappel kan op 1001 ver-schillende manieren bereid worden.

Laat ons even een aantal gegevens bundelen om een beter zicht te krijgen op de ANDERE energie die in de Aardappel huist. Ten eerste: hij kan zeer goed tegen de hoogte en de koude. Hij bezit een sterk aanpassingsvermogen en een vrij grote weerstand, want hij kan op alle soorten gronden en in allerlei ver-schillende klimaten groeien. Alhoewel de calorie-waarde van aardappelen vrij laag is, zijn de eiwitten erin van hoge kwaliteit. Bovendien bevatten aardap-pelen een vrij breed spectrum aan mineralen (calcium, ijzer en veel kalium) en vitamines B6 en C (werd gebruikt tegen scheurbuik op lange zeereizen).

De knol vormt een zeer voedzaam, uitstekend verteerbaar, energierijk en ver-kwikkend voedsel, en wordt dus goed verdragen door zieken of mensen met maag/spijsverteringsproblemen. Door zijn hoog gehalte aan kalium is het geperste sap van de rauwe aardappel trouwens een goed middel tegen bran-dend maagzuur.
Verder is hij niet alleen een wereldbuger, maar ook de vriend van de ar-me man: men heeft niet veel nodig om hem te doen groeien, en te kunnen blijven telen. Een paar knolletjes volstaan. Vijftig jaar geleden at de Vlaming 150 kilo patatten per jaar; alhoewel dit vandaag slechts 40 kilo meer is, be-draagt de gemiddelde oogst nog steeds zo'n 2,5 miljoen ton per jaar.

Het is geen toeval dat 8 februari is uitgeroepen geworden tot Nationale aard-appeldag (om de vergeten rassen te promoten), want al de gegevens van hier-boven wijzen in de richting van Waterman: solidariteit waarbij zij die meer hebben, geven aan hen die minder hebben. Vrijheid, gelijkheid en broe-derlijkheid. Tegen de onderdrukking van de "gewone man", en de armoede als een sociaal onrechtvaardigheidssysteem. En voor een menswaardig be-staan voor iedereen, waar elkeen dezelfde kansen krijgt.

De Aardappeleters van Van Gogh schilderde het harde boerenleven af. "Pa-tatteneters" was meer een scheldwoord dat door anderen aan arme boeren in het bijzonder, en aan arme mensen in het algemeen werd gegeven. Voor die ar -me mensen zelf was het echter vroeger in onze kontreien, en is het nog steeds in de Derde Wereldlanden, een bittere noodzaak om te kunnen overleven.