|
Art 35
Traditie: essentieëel of een valkuil?
RUBRIEK: Intuïtie-Energie Geplaatst op 2025
![]() Om te kunnen opmerkzaam kijken, hebben we focus en nieuwsgierigheid nodig. Zonder nieuwsgierigheid hebben we geen "reden" om naar iets te kijken: het laat ons volstrekt koud, en we blijven er totaal onopmerkzaazm bij. Het interesseert ons geen snars = het is ons nauwelijks een blik waard. Zonder focus, verliezen we al snel onze aandacht, en zijn we niet in staat een tafereel, een fenomeen, een verschijnsel, een gebeurtenis, ..... te volgen en te observeren. Dat is de problematiek van de moderne mens: hij ontvangt zoveel prikkels, zo snel en opeenvolgend na elkaar, dat hij snel is afgeleid en zijn aandacht niet meer lang op één en hetzelfde kan houden. Om een patroon te kunnen herkennen -een struktuur, een fenomeen, ..... dat zich herhaalt- hebben we een geheugen en een duiding nodig. Daarvoor hebben we een taal nodig om het gelijkaardig objekt of het zich repeterend fenomeen te benoemen. Als we de dingen des wereld en des leven geen naam zouden geven; dan kunnen we ze onderling niet van elkaar onderscheiden. Denk in dit verband bijvoorbeeld aan de smurfentaal waarin alles "smurfen" wordt, en begrijpen dus uitermate moeilijk wordt. Het benoemen van dingen is meer dan een label of etiket plakken, maar roept een totaalbeeld op denkprocessen die zowel betrekking hebben op het rationeel of linkerhersenhelft-denken waar verschillen op basis van onderscheid in vorm worden gemaakt, als op het analoog of rechterhersenhelft-denken waar samenhangen op ba-sis van inhoudelijk verband worden gemaakt. Tegenwoordig bestaat er een tendens om bijvoorbeeld door meditatie AFSTAND te nemen van dingen, en van gedachten; omdat onze gehechtheid aan objekten als de moeder (bron) alle lijden wordt beschouwd, en de onophoudelijke gedachtenstroom als de vader van alle onrust. Maar het afstand nemen van dingen, houdt steeds een objektivering in: daar heb ik niets mee te maken. Racisme objektiveert de gekleur-de medemens tot een onmens, waar "men niets mee te maken heeft". En uniformi-teit ontneemt de autenticiteit of persoonlijkheid: in een uniform gelijken alle school-kinderen of alle soldaten op elkaar; kan men ze moeilijk uit elkaar halen. Uitsluiting van het subjekt zorgt dus voor PSEUDO-afstandelijkheid en PSEUDO-gelijkheid: iedereen gelijkt weliswaar op elkaar omdat er maar één vorm wordt geacepteerd als "algemeen geldige"; en iedereen staat zogezegd buiten elke relatie met het voor-werp. In de wetenschap wordt de object-subject-splitsing als een belangrijk on-derzoekscriterium en vereiste beschouwd. Ook bij TRADITIE moet het persoonlijke, het subjektieve en autentiese het afleggen tegen de gangbare vorm en norm. Men moet zich als individu onderwerpen aan het kollektieve, zich konformeren aan de gedragingen, de klederdracht, de denkwijzen , .... van de groep waar men toetreedt, waar men wordt opgenomen, waartoe men van dan af zogzegd "behoort". Als individu wordt men verondersteld zich aldus kom-pleet te identificeren met het gedachtengoed van "zijn" groep, partij, club, kring, vereniging, forum, ..... ![]() Als traditie een realiteit is die door de SOCIALE dimensie wordt bepaald, moeten we in de eerste plaats daarvoor ook gaan kijken naar de grote socio-kulturele omwente-lingen in de menselijke geschiedenis. In onze kontreien bijvoorbeeld heerste aanvan-kelijk een Keltiese kultuur met zijn specifieke denkbeelden en tradities, die letterlijk en figuurlijk werd verdreven toen de Romeinen het gebied kwamen innemen en hier de Romeinse stempel/tradities lieten gelden. Traditie wordt dus steeds bepaald door de heersende kultuur. De Amerikaanse traditie die nu heerst, is ontstaan doordat de blanke kolonisten destijds het land van de Native American hebben ingepikt, en deze laatsten hebben uitgemoord. Men kan dus konstateren dat er steeds een zekere vorm van geweld en dwang bij te pas komt: je bent "één van ons", of een buiten-staander. Vooral voor het GELOOF manifesteert zich deze psychologiese dwang: zolang je je niet helemaal konformeert en ALLES overneemt, blijf je een outsider. Je moét naar de kerk/tempel komen; je moét het symbool/gewaad dragen; je moét de "heilige tek-sten" voorlezen; je moét de doctrine of het te volgen narratief kunnen afratelen. Je bent immers de volger of de aanhanger van een bepaald geloof of leer. Noteer hier-bij twee uitermate belangrijke dingen: 1/het leerproces is daarbij steeds autoritair, omdat er steeds een leraar/docent/ meester is die les geeft, en leerlingen/volgers/adepten die de les ontvangen. Het is en blijft een 2/de doctrine is eigenlijk een concept dat de weergave is van een inzicht over de realiteit op een bepaald tijdstip en een bepaalde denkwijze, maar die om de één of andere arbitraire reden wordt bevroren in de tijd. Zo is het scheppingsverhaal van de bijbel misschien een verhaal dat korrespondeerde met de stand van zaken 4 á 5000 jaar geleden, maar die men de dag van vandaag onmogelijk voor REALITEIT kan laten doorgaan omdat het geloochenstraft wordt door duizenden wetenschappe-lijke feiten en bewijzen, en kompleet niet meer korrespondeert met het huidig wereld -beeld. Wat betreft de specifieke geschiedenis van het Christendom kan men dan konstate-ren dat ze "heilige" oorlogen hebben gevoerd tegen andere godsdiensten (tegen de Islam in de Kruistochten; tegen de "heidenen" in de Inquisitie en in de Evangelisatie van de koloniën); en dat wanneer er nieuwe evoluties binnen de kerk ontstonden, die ofwel werden geïnkorporeerd als "orden" van kloosterlingen die daardoor weinig im-pakt haddeen (de Benedictijnen, de Franciscanen, de Trappisten,de Dominicanen, de Karmelieten, de Kartuizers, .... ), ofwel met geweld werden neergeslagen en vervolgd (de Tempeliers, de Rozenkruizers, de Catharen, ...), ofwel zich afscheurden (Luthe-rianen, Calvinisten, ...) omdat de Protestanten vonden dat de traditionele Kristenen niet radikaal genoeg waren. Wat rest is een oudbollige leer vol anachronismen en verouderde denkbeelden, kompleet uitgehold en afgeleefd, met rituelen die geen be-tekenis meer hebben en gedragsregels die door niemand meer worden opgevolgd. Als aanpassing een uiting van intelligentie is (zie quote Einstein), dan heeft het Katholicisme zich uitermate dom getoond door zich halsstarrig te blijven vast-klampen aan 3000-jaar oude voorstellingen en denkbeelden, en zich koppig te blij-ven verzetten tegen elke wezenlijke verandering. Door gebrek aan updates is het een levensloos fossiel geworden, die alleen blijft vegeteren in radikale groepringen. ![]() Wat geldt voor het Katholicisme, geldt ook voor alle ANDERE godsdiensten: wie de kaart TRADITIE kiest, stelt zich uitermate konservatief op.Men verdedigt de stand van zaken, streeft de status-quo na (alles moet blijven zoals het was) en verzet zich tegen elke verandering als een "aantasting" (van de puurheid, de reinheid, de essen-tie, ....).Door iets heilig te verklaren -voer dat maar als punt 3/ bij hierboven- maakt men bovendien iets onaantastbaar en onbespreekbaar: men is vrij fanatiek in het poneren van zijn leer, het dogma, het narratief, zonder tegenspraak of inspraak te tolereren. We komen maw terug uit bij punt 1/: men stelt zich in elke diskussie vrij fundamenteel en autoritair op, en toont zich onwillig/niet in staat om de grond-beginselen van zijn geloof/leer in vraag te stellen of te onderzoeken. Want steeds VERTREKT men ervan: het is zijn "uitvalsbasis" en zijn "vluchthaven", ttz dat men vicieuze circelredeneringen binnen zijn leer maakt, zonder zich ooit BUITEN het kader of de box ervan te begeven. Een hermetisme of geslotenheid kenmerkt der -halve elke konservatief: hij verbergt het feit dat hij niet een open dialoog kan aan-gaan, door geen open dialoog te voeren, maar tegelijk te ontkennen dat hij dit doet. In feite zou de voornaamste betrachting van elke leer, elke filosofiese stroming, elk opvoedingssysteem, elk forum op Facebook , ... moeten zijn: hoe mensen korrekt te doen denken en te dialogeren. Men kan alweer jammerlijk konstateren, dat dit nergens gebeurt. Integendeel: men leert er vooral AF van te denken. Door het aanbieden van een kant-en-klaar pakket met antwoorden-op-al-je-vragen, of zelfs door het onverholen advies van OP TE HOUDEN met te denken, omdat dit een bron van onvrede en problemen zou zijn (sic). Een belangrijke bijdrage van de Westerse kultuur, is de introduktie van het begrip vrijheid. Vaak slaat de pendel teveel de andere en extreme kant uit, door vrijheid als kompleet egoïsme en als een totaal gebrek aan betrokkenheid met anderen voor te stellen. Maar in essentie is vrijheid: het tegendeel van slaafsheid of onderworpen-heid; het vermogen om zijn eigen levenswandel uit te stippelen. Voor ze te prooi vielen aan hun zwakheden, waren de Sixties in de eerste plaats één grote roep en be-weging naar meer vrijheid. Vrijheid is daarom de vijand van alle totalitaire maat-schappijsystemen en alle konversatieve denksystemen: een vrij mens laat zich niet dwingen of manipuleren, maar volgt zijn eigen weg. Daar ligt trouwens het schar-niermoment tussen konservatief-progressief. Volgens de konservatieve levensvisie moet een volger de leer en de gedragsvoorschriften die hem worden opgedragen volgen, of hij nu een Kristen of een Taoist is. Volgens de progressieve levensvisie heeft iedere mens het basisrecht en levensopdracht, om zijn eigen bestaan in te vul-len volgens zijn EIGEN authenticiteit en keuze. ![]() Vroeger dan later valt bij konservatieven het begrip REGELS uit de mond, zomaar "uit het niets". Voor hen vrij fundamenteel, want: naar WAT anders zou men zich moeten konformeren, dan naar regels en normen? Voor konservatieve geesten is het een maatstaf en een noodzaak, want zonder zou alles zogezegd in een chaos be-landen. Men kan zich afvragen waar ze dit vandaan halen, want in de NATUUR bij-voorbeeld zijn er GEEN regels, wetten, of overeenkomsten, maar verloopt toch alles zoals het "moet". Er zijn wél heel wat dynamieken aan het werk, waarvan men de principes kan begrijpen. Yin en Yang bijvoorbeeld zijn twee principes die Oude Chinezen uit de realiteit hebben begrepen, maar zijn geen "regels". Regels en regle-menten zijn met andere woorden MENSELIJKE uitvindingen, en komen -net zoals de traditie zelf- uit socio-kulturele oorsprong en noodzaak voort: om een menselijke samenleving "naar behoren" te laten funktioneren. De konstatatie dat er een minimum aan regels en afspraken moet zijn om relaties en werkzaamheden vlot te laten verlopen, betekent evenwel NIET dat men zich niet zou moeten afvragen HOE deze regels dan zijn tot stand gekomen (en motiveert zeker niet de noodzaak tot een maximum aan regels). In konservatieve, autoritaire ge-meenschappen worden de regels door de leiders/overheid beslist en van boven naar beneden opgedragen. In demokratiese, progressieve gemeenschappen wordt door de basis gestemd, en het resultaat van die stemming als opdracht van beneden naar bo-ven door gegeven. Kortom, we komen gewoon weer uit op krak dezelfde centrale pro-blematiek: WAT is de bedoeling van deze traditie of regels? De maatschappelijke groei en evolutie mogelijk maken, door noodzakelijke veranderingen een plaats en een belang toe te kennen? Bijvoorbeeld: vervang het rollenpatroon van de vrouw aan de haard die niet mag gaan werken of stemmen, door een geëmancipeerder model, dat meer korrespondeert met de moderne tijd en inzichten. Of is het antwoord eer-der: om de maatschappij te behouden zoals ze is, en noodzakelijke veranderingen TEGEN te houden? De problematiek wordt vaak uitgevochten op de dialektiek vorm-inhoud. Is de wet letterlijk de wettekst, of is hij slechts een vorm om een bepaalde figuurlijke in-houd vast te leggen? Moet men een wet interpreteren naat de letter/vorm, of naar de geest/inhoud? Moet men oude teksten en documenten zoveel mogelijk vertalen naar de letter/vorm, of naar de boodschap die erin vervat is? Zolang men echter volger blijft, geeft men de regie van zijn leven UIT handen, om-dat men "geprepareerde" kost aanvaardt in plaats van zijn eigen (mentale) menu op te stellen. Het is pas wanneer men terugvalt -en durft terugvallen- op de eigen au-thenticiteit dat men de autoriteit of het gezag van zijn voertuig terug IN handen krijgt. De bestuurder van dat voertuig is het bewustzijn, en de enige die voor ZICH-ZELF kan denken, ervaren, evalueren, keuzes maken. Men kan weliswaar naar het advies van anderen luisteren, men kan zich door de wijsheid van anderen laten in-spireren, of men kan zich door ervaringsdeskundigen laten bijstaan en gidsen, maar zijn levenswandel moet men ZELF bewandelen. Het is daarom ook dat alle gods-diensten het ego als "grote boodsdoener" of sta-in-de-weg voorstellen, in plaats van als de noodzakelijke buffer tussen binnen- en buitenwereld, tussen het ik en de rea-liteit. Het is daarom dat sommige filosofieën (zoals zowel het materialisme als het non-dualisme) het bestaan van dat bewustzijn ontkennen: zonder intern gezag, is het (hoger) ik immers overgeleverd aan alle mogelijke beïnvloedingen en manipulaties van buitenuit, en neemt men alles voor lief. Nochtans is ons bewustzijn de enige "ze-kerheid" en blijvende essentie die we "hebben" tijdens ons leven (en erna). ![]() ![]() |