Art 42
Goed echt kunnen Luisteren: een opgave en een noodzaak
RUBRIEK: Bewustzijn                         Geplaatst op 2025

Wanneer ik stel dat het belangrijk is om goed te kunnen luisteren, dan zal men het daar -met vrouwen voorop- gloeiend over eens zijn. In de praktijk -met mannen voor -op- lijkt dit echter even overtuigend tegen te vallen. Waarom? Omdat onze Westerse kultuur vooral gericht is op EXPRESSIE: yang, zich of iets uiten, centrifugaal de bui-tenwereld insturen, kenbaar maken. Kijk maar hoe Facebook en de (a)sociale net-werken erop gericht zijn om iedereen een soort nieuwsbericht te laten publiceren van hun leven, hun doen en laten, hun wedervaren, ..... Terwijl luisteren natuurlijk juist het OMGEKEERDE is: niet verzenden maar ontvangen, centripetaal opnemen in zijn binnenwereld, zich afstemmen op iets of op een ander: yin.

Luisteren heeft vaak ook een negatieve lading als gehoorzamen, zich onderwer-pen aan, zoals dit het geval is op school (luisteren naar de leraar), op het werk (luisteren naar de baas) en op straat (luisteren naar de politie). Het impliceert een gehoorzamen aan een "hogere" (met alle sociale hiëarchie en implikaties vandien), aan een autoriteit of een vertegenwoordiger van de wet. Dat is iets wat we als indi-vidu met tegenzin en tandengeknars doen in ons sociaal leven, maar niet bereid zijn ook nog eens te ondergaan in onze "vrije" tijd of in ons privé-leven. En dat is iets wat in deze moderne tijden vol ge-luiden en allerhande prikkels die voortdurend onze aandacht vragen, steeds moeilijker wordt: gefocust blijven om niet alleen naar iets te "luisteren", maar daadwerkelijk ook te horen.

Hetzelfde speelt zich af met het zien: kijken-zonder-aandacht leidt niet tot opmerken of waarlijk zien. Luisteren-zonder-aandacht, is luisteren zonder te horen: "het ene oor in, en het andere oor weer uit", luidt het gezegde. Het signaal of de boodschap dringt niet door, maar blijft aan de oppervlakte kleven. Een andere analogie is het verschil tussen absorptie en adsorptie van een bepaalde (kleur- of vloei)stof: bij AD-sorptie gebeurt de opname slechts gedeeltelijk en blijft beperkt tot de oppervlakte of buitenkant; terwijl bij ABsorptie de opname tot in de diepte of de binnenkant plaats vindt. Toegepast op het horen geeft dat: de boodschap dringt door omdat de geest OPEN is, en de boodschap KAN doordringen; of de boodschap kan NIET doordrin-gen omdat de geest GESLOTEN staat. Open-minded zijn is derhalve een funda-mentele voorwaarde om goed te kunnen luisteren. Empathie en het zich kunnen ver-plaatsen in een ander, zijn immers eigenschappen die SLECHTS kunnen werken bij een open mind, en niet kunnen funktioneren bij een gesloten mind.

Probleem: NIEMAND zal erkennen dat zijn geest gesloten staat rond een bepaald thema of problematiek, zelfs -en vooral!- wanneer dat het geval is. Men kan dit ook slechts indirekt "bewijzen" door te konstateren dat hij niet "opgenomen" of begrepen heeft wat men hem heeft verteld. Het stopsel zit daarbij niet IN de oren, maar TUS-SEN de oren: in zijn geest. Hij kan of wil tot zijn geest toelaten, omdat hij het strij-dig ervaart met zijn eigen zienswijze en denkwereld. Niet willen luisteren = de in-houd van een boodschap weigeren in te zien.

Dit is belangrijk om de misverstanden te kunnen begrijpen die rond ruzies en kon-flikten worden opgehangen. Nu, laat ons het erover eens zijn: die zijn niet prettig of aangenaam, maar ook met de problematiese en moeilijke kanten van het bestaan moeten we leren omgaan. Heel frekwent -en vooral in spirituele kringen en religieu-ze middens- wordt het advies gegeven, van NIET in ruzies en verhitte diskussies ver-strengeld te geraken, en daar UIT te stappen. Goed advies, toch? (zie rechtsboven)

Tegenwoordig zijn er zelfs heel wat "technieken" die de uitwassen van een gepolari-seerde of konfliktueze kommunikatie willen vermijden, door modellen aan te bieden die de angels uit het gesprek halen en verbale eskallatie verhinderen: de geweldloze kommunikatie of Nonviolent-Communication (NVC); de verbindende kommunika-tie; de Art of holding Space, ....
Dat klinkt allemaal heel mooi TOT het moment dat men met zo iemand van mening over iets verschilt en kritiek uit, en dit model dan stante pede wordt toegepast. Of tot het moment dat je puber-dochter of -zoon wegloopt wanneer je die aanspreekt over een bepaald gedrag dat niet door de beugel kan, en je mag fluiten naar een "goed ge-sprek" daarover. Of tot het moment dat je je partner of vriend aanspreekt omdat die een heus probleem heeft gekrëerd, maar die weigert het daar verder over te hebben. DAN, ineens, blijkt dat zogenaamd "lieflijk model" een strategie te zijn -een Yin-strategie- om niet alleen konflikten te vermijden, maar OOK om moeilijke of proble-matiese realiteiten uit de weg te gaan. De Yang-strategie om een gesprek te saboteren (zie hier linksboven) is gekend: het stoken, het poken, het aanvallen, om niét tot de kern van het probleem te kunnen komen. Maar de Yin-strategie is net zo bedoeld om een gesprek over het probleem onmogelijk te maken: goed van niet voor pispaal of punchingbal te willen doorgaan waarop yang zich kan afreageren, maar weglopen van zodra men gekonfronteerd wordt met iets wat niet wil horen is ook niet bepaald een teken van "goede wil" of open mind. Kortom: weggaan, niet in gesprek willen gaan, niet willen argumenteren of diskussiëren kan net zo goed een uiting zijn van GESLOTENHEID: de onwil om iets ANDERS te horen wat niét in overeenstemming is met zijn EIGEN visie, opinie, overtuiging, geloof, ...... Dus NIET bereid zijn om in diskussie te willen gaan, kan net zo goed ingegeven zijn door de overtuiging van het "eigen gelijk", krak hetzelfde motief als hij die van ieder gesprek een strijd maakt; alleen de strategie verschilt.

In de omgekeerde zin, geldt het analoge: niet ingaan op nutteloze en uitzichtloze dis-puten is weliswaar een teken van pragmatiese wijsheid, maar niet bereid zijn om iemand die verkeerd bezig is dat signaal te geven, is dan weer een teken van gebrek aan dapperheid. Kunnen erkennen dat de ander een punt heeft, is de expressie van een mentale rijpheid en sportiviteit; iemand gerechtvaardigde en gefundeerde kritiek of feedback kunnen geven, is dan weer de expressie van een spirituele openheid en betrokkenheid. Al te vaak helaas is men immers gewoon bang OM een konflikt te krijgen. En worden volkomen onterecht allerhande exkuzes boven gehaald om naar "de ander" te kunnen wijzen, ipv van aan zelfonderzoek te doen: hij is "negatief", hij ageert vanuit zijn "ego", hij is "bazig", en noem maar op. Een angstvallig vermijden van mogelijke konflikten, wijst erop dat men last heeft met een gezonde assertivi-teit en onvoldoende durft voor zichzelf op te komen. Men moet niet a priori elk mo-gelijk konflikt proberen uit te bannen, of de "stekker uit het kontakt trekken" bij het minste vermoeden ervan. Men moet elk gesprek en gesprekspartner het voordeel van de twijfel geven, en dus dat risiko nemen.

Tenslotte kan niemand a priori de afloop van een gesprek voorspellen, en is leren omgaan met konflikten ook een aspekt van kontakt en kommunikatie. De schrik voor konfrontatie is ingegeven door een verlangen naar veiligheid en status quo, wat dan weer impliceert dat men niet op zoek is om de realiteit te onderzoeken, maar om een bevestiging te krijgen van zijn conceptie of opinie OVER de realiteit. De asociale netwerken doen dat aan de hand van "likes" en "hartjes"; vandaar ook de vergaande polarisatie op Facebook en Co: men is op een puberale manier VOOR of TEGEN iets, een voorstel, een persoon, een aktie, een projekt,..... Ruimte voor nuan-cering of diskussie is er niet; men slaat elkaar met quotes en one-liners om de oren, en reageert met emicons. Nu, mij persoonlijk interesseert het niet om te weten WAAROM iemand gesloten staat en de dialoog weigert; niet zelden resulteert dit im-mers weer in een kinderlijk spelletje van ja-neen, en het leidt af van de essentie (en is dus in wezen een ontwijkingsstrategie). Of iemand nu niet wil dialogeren en luisteren -want beide zijn een eenheid- vanuit een yinne of een yange instelling, zal mij worst wezen: als het tijd is om te dialogeren, moet men ZICHZELF maar zover brengen, dat men bereid is om te dialogeren en te luisteren. Het niet erkennen van de nood-zaak en het aangebroken moment OM te dialogeren, kan immers tot vervelens toe alweer een strategie zijn om niet aan een gesprek te moeten toekomen. Of het kan ontaarden in een stukje "touwtrekken": ik ben bereid om naar jou te luisteren, op voorwaarde dat jij eerst naar mij luistert. Of beginnen lullen over de zogezegde voor-waarden waaraan het gesprek zou moeten voldoen. "Ik heb daarvoor nu geen tijd", "of het is daarvoor niet het ideaal moment", zijn andere, veel gebruikte en goedkope uitvluchten. "Ik heb daartoe nu geen zin", moge dan misschien eerlijker lijken, maar is alweer kinderlijk: "tegen de zin die komt" antwoordde mij moeder wanneer ik mijn grilletje boven haalde.

Er zijn maw steeds een heleboel "redenen" te vinden om niet te hoeven praten of te luisteren; maar dat zijn zelden de juiste en de goede. Luisteren naar de gedachten of de visie van een ander, kan je immers in kontakt brengen met een andere zienswijze of gedachtengoed waartoe je vanuit jezelf niet zou op uitgekomen zijn. Maw: het ver-breedt zijn kijk op de werkelijkheid, en noopt tot aanpassing van zijn concept over die realiteit. Simpel geformuleerd: spreken met en luisteren naar wat anderen te zeg-gen hebben, is een direkte en organiese manier om bij te LEREN. Ik heb op deze ma-nier enorm veel bijgeleerd van iedere mens die ik in mijn leven heb ontmoet.
In de omgekeerde zin, noopt het door opname en verwerking van andere redenerin-gen en argumenten dan de zijne, om ook zijn DENKEN ZELF bij te stellen en aan te scherpen. Men kan die laten bezinken, bevragen, naar hun werkelijkheidswaarde on-derzoeken, en uiteidelijk reflekteren hoe men die in zijn visie kan integreren. Dit hele bewustzijnsproces heeft men in eigen hand, en verloopt NIET "automaties": het is een denk- en reflektieproces.

De weerstand om open te STAAN heeft immers vaak te maken met de angst om dan "te beïnvloedbaar" en "te bespeelbaar" te zijn. Mensen die een ander al te ge-makkelijk verwijten van "in zijn ego te staan", blijken nogal eens precies diegenen te zijn, die schrik hebben zich in hun ego niet voldoende te kunnen handhaven. Er is in deze dus sprake van projekteren en overkompensatie -andere gekende truken van de psyche-. Vandaar de reaktie om het standpunt van een ander te "bevechten" of de konfrontatie ermee uit de weg te gaan, uit angst om zijn eigen standpunt te zullen "verliezen". Maar dat eigen standpunt heeft er in realiteit alleen maar voordelen bij van in konfrontatie of zelfs in botsing te komen: de hiaten en de zwakke punten in zowel zijn kijk als zijn redeneringswijze worden daardoor duidelijk gemaakt, verkeer -de voorstellingen of interpretaties worden aan hun werkelijkheidswaarde getoetst, en stellingen en opinies worden in hun waarheidswaarde gecheckt. Een dialoog is daardoor tegelijk een uitdaging én een toets, hoe goed "afgesteld" is wat men verkon-digt/denkt. Het is de manier om zijn teoreties concept of belief te toetsen aan de praktijk van de werkelijkheid.

Dat belief is immers het "topje" of eindresultaat van een heel gedachtenproces, dat zich voedt in basis-behoeften, vertaald wordt in basis-motieven, nagestreefd wordt in belangen of waarden, en verwoord wordt in een opvatting of belief.

De vraag is: hoe BEWUST is dat hele proces?

En de bijkomende vraag is: hoe springt men dan om met ANDERE gedachteproces-sen die verschillend zijn?

Een derde en laatste vraag in dat drieluik luidt: in hoever staat ZWIJGEN dan gelijk aan echt luisteren?

Hoe ver is men bereid en kan men psychies aan van te luisteren naar een andere ge-dachtengang met een ander motief, vanuit een willen begrijpen? Bereid zijn te luisteren, en bereid zijn te "volgen" zijn immers twee verschillende zaken. Of het nu een gesprek betreft of het lezen van een boek: in een eerste fase moet men gewoon informatie opnemen of "ter kennis nemen"; dit verplicht tot niets, want men hoeft nog geen "stelling" te nemen. In de tweede fase wordt deze kennis getoetst aan de werkelijkheid: is dat waar? Kan deze nieuwe kennis deze toets niet doorstaan, dan wordt ze als ongeldig verworpen. Blijft ze overeind, dan volgt een derde fase van in-terne dialoog met zijn eigen denkbeelden om die daarin te integreren of daarmee te verbreden.
Dat weerspiegelt zich tijdens een gesprek, WANNEER men afhaakt van een "mee-gaand" luisteren: men is niet meer bereid verder te "volgen" omdat het geformu-leerde gedachtengoed té ver afwijkt van zijn persoonlijke overtuiging, of zich té ver verwijdert van de realiteit. Men heeft GENOEG gehoord/geluisterd. Een grens is bereikt, waarbij men de rollen wil omkeren, en nu die van de spreker wil aanne-men om te kunnen zeggen wat men daarvan denkt.

De rustige en natuurlijke dynamiek van luisteren-spreken of vragen-antwoorden, kan echter op verschillende manieren fout lopen. Een eerste: het konfrontatie-mo-ment komt te snel, ttz dat men eigenlijk NIET bereid is om te luisteren naar een AN-DERE gedachtegang, maar die onmiddellijk onderbreekt of daar ZIJN opvatting tegen zet (zie uitspraak Krishnamurti helemaal bovenaan). Dit is iets wat schering en inslag is in het politiek debat: men spreekt met dovemansoren en kompleet naast el-kaar. Het andere uiterste is: er komt GEEN konfrontatie-moment, en men blijft maar vrijblijvend lullen zonder ooit op een konklusie of een standpunt uit te komen. Dit is iets waarop de meeste "filosofen" het patent op hebben: die laten graag alle denk-pistes open in naam van de "mentale vrijheid", alsof geen enkele teoretiese bewering zou moeten gecheckt worden aan, of niet zou kunnen geloochenstraft worden door de empiriese realiteit.

Naast dat toxies redetwisten ( het in strijd gaan met woorden en gedachten) en dit toxies freeweelen (het vermijden van elk engagement), bestaat er ook nog zoiets als het toxiese positiviteit: het vermijden van elk mogelijk konflikt door het ontken-nen van de moeilijke aspekten of van de schaduwkant van het bestaan. Het overge-neraliseren van de positieve en gelukkige staat van zijn, met het minimaliseren van problematieken en het ontkennen van de autenticiteit van negatieve ervaringen in het leven. Lastige emoties als verdriet en rouw zijn echter niet "negatief"; ze horen bij het leven. Ze kunnen niet in iets "positiefs" omgezet worden, maar moeten door-leefd worden. Omdat ze alleen door verwerking kunnen eindigen. Omdat waarach-tigheid belangrijker is dan komfort. Omdat ze proberen te verdringen, ze alleen naar het onderbewustzijn doet verhuizen, alwaar ze verder en langer aktief blijven.

Een laatste verkeerde manier om een opbouwende dialoog onmogelijk te maken, is het hardnekkig en toxies zwijgen: de manifeste onwil om in gesprek en verbinding te treden. Niets "vreemds" kan binnen komen, en niets "bezwarends" - in de zin van: wat tégen hemzelf zou kunnen gebruikt worden- wordt naar buiten kenbaar ge-maakt. Als strategie weliswaar hermeties, maar in de praktijk erg moeilijk om vol te houden, omdat er altijd wel uiteindelijk één of ander gevoelig punt zal aangeraakt worden waarover men zich NIET zal kunnen houden om er WEL op te reageren. En dit riskeert dan met zo'n opgehoopte emotie-stroom gepaard te gaan, dat men in een wenk switcht naar toxies uitvallen en afreageren: de dam waarachter de emoties zich tijdens het stilzwijgen hadden ophehoopt, breekt door. Een lange periode van zo'n verkrampt zwijgen, wordt daarom nogal eens vaak gevolgd door een vloedgolf van verwijten, persoonlijke aanvallen of scheldtirades. Men zweeg immers niet, niet om-dat men niets te zeggen had, maar omdat men niet in gesprek WOU gaan, of bepaal-de zaken niet WOU horen. Als kind kan men dat maken; als volwassene niet.

Het ideaal gesprek is dus datgene, waarbij beide deelnemers respekt voor elkaar opbrengen, en terdege rekening houden met de dynamiek en de interaktie van het gesprek. Dia-logeren , houdt een gesprek met TWEE in: met praat MET elkaar; men bevraagt elkaar; men luistert naar elkaar; men geeft elkaar gefundeerde feedback én kritiek. Men HELPT elkaar om dichter bij het volledige verhaal of realiteit van iets te komen. Elk kan immers een stukje inzicht, een deel informatie, een specifieke invals-hoek hebben, die de ander ontbeert, zodat men door uitwisseling elkaar verrijkt, elkaars bewustzijnsproces stimuleert.

Deze dialoog blijft niet beperkt tot andere mensen, maar begint en eindigt bij ZICH-ZELF als de innerlijke dialoog van het denkproces. En omdat de werkelijkheid uit zowel een buitenwereld als een binnenwereld bestaat, bestaat ook deze dialoog en dit luisteren uit twee delen:
1/luisteren naar wat de omgeving en buitenwereld als signalen geeft en als informa-tie bevat. Daarbij horen niet alleen de andere mensen, maar ook de maatschappij, de gemeenschap, de kultuur, wat er gebeurt, wat er verandert, wat er wordt gezegd en geschreven, wat er te zien en te bezien valt, waarin men moet bewegen, waarin men zich moet staande houden. Alsook alle andere levende wezens op deze planeet, zowel plantaardig als dierlijk: hun voorkomen, hun eigenschappen, hun gewoontes, hun noden, hun energie, het landschap waarin ze leven, .... Dus de Natuur, waarvan ook de mens deel van uitmaakt, maar denkt dat hij ongestraft kan bevuilen, exploiteren en misbruiken.
2/luisteren naar wat zijn binnenwereld hem vertelt. Te beginnen met zijn lichaam: pijn wijst op een accident of konfrontatie; ziekte wijst op een bepaalde disharmonie; blokkade wijst op een remming. Vervolgens wat zijn emoties hem proberen te vertel-len op hun manier: angst waarvoor en waarom? een negatief gevoel waarover, en waarom? ga ik daarop in of niet? hoe bescherm ik mezelf daarin? En tenslotte ook wat zijn gedachten hem mede delen: maak je je zorgen over iets? twijfel je aan je be-slissing? waarom zou je dit doen? wat is de beste beslissing in deze? op wat berust deze problematiek? hoe kan je dit oplossen?

Deze innerlijke dialoog heeft wel rust en stilte nodig om zich te kunnen verdiepen. Drukte en haast past immers meer bij het monkey-denken, en snel en onmiddellijk reageren past bij het reptiel-denken. Terwijl veel chaos en door elkaar praten de dy-namiek van het linkerhersenhelft-denken dient. Om van het meditatieve en reflekte-rende rechterhersenhelft-denken gebruik te kunnen maken, moet men niet afgeleid worden door externe prikkels of signalen. Soms noemt men dit intuïtie, maar in feite is dit de psychiese stand van zaken of het bewustzijnsproces, dat in de loop van de dag EN de nacht voortdurend wordt bijgeschaafd volgens de progressie van zijn denkproces. Wanneer het nodig is, kan men het boven halen als een "weten" dat op dát moment nodig is. De mate waarin men bereid is daarnaar te LUISTEREN, toont de dialoog en relatie aan die men met zijn bewustzijn of zelf heeft. Iedereen heeft een werkende intuïtie, maar wie een slechte innerlijke dialoog heeft en zich weinig verdiept in zijn bewustzijn, zal geen goed-werkende intuïtie hebben die in staat is hem inzichten te geven wanneer hij die nodig heeft. Dan valt hij terug op zijn lager denken, zijn emotionaliteit, of zijn gedragspatronen om zijn pad te bewan-delen. Dan voelt hij niet goed aan, wanneer hij moet praten, en wanneer hij moet luisteren, en schat hij zijn timing verkeerd in.