Art 1
De tuin in de vroege lente
RUBRIEK: Natuur-Tuin     Seizoengebonden artikel

Maart-april is de periode waarin er het meeste werk in de tuin valt te verrichten. Dat valt samen met de grote cyclus der seizoenen: de zomer is de periode waarin alles tot groei komt en de tuinman vooral onderhoudswerken uitvoert; de herfst is in de gematigde zones de fase van de grote ommekeer, waarbij men de tuin voorbereid op "wat gaat komen"; de winter is de periode van rust, waarbij men plannen maakt voor het nieuwe seizoen. En wanneer dat nieuwe seizoen dan met de lente aanbreekt, is het handen uit de mouwen geblazen.
Vooreerst als de grote lente-schoonmaak: de borders worden opgeruimd, niet alleen om plaats te geven aan de opkomende overlevende "bolgewassen" en meer-jarige planten, maar ook om ze nieuw voedsel te geven om een nieuw seizoen goed door te komen. Tijd dus om de komposthoop open te trekken en hem licht in de borders tussen de planten in te werken, of bij bomen en struiken als een kraag rond hun voet te leggen (zie foto hieronder). Het opgekuiste materiaal kan dan als grond-stof voor een nieuwe komposthoop dienen. Wie komposteert moet dus eigenlijk twee hopen aanleggen: één voor het voorjaar-zomer, en één voor de herfst-winter. Wanneer één hoop wordt opgebruikt, kan men zijn plaats gebruiken om de andere hoop in om te keren. Wie slechts met één luttele hoop werkt, komt dus in de proble-men door plaats- en tijdsgebrek.
Tegelijk kan men daarbij zijn "huiswerk" nakijken over de toediening van zeewierkalk, nl welke planten die WEL, en welke planten die NIET moeten krijgen. Niet: alle zuur-minnende planten en struiken, met voorop alle azalea's en rododendrons; maar ook pioenen, lelies, camelia's, magnolia's, esdoorns, aardbeien, bosbessen, tomaten en rozen. Wel: alle kalk-minnende planten, zoals de meeste kruiden, tulpen, irissen, anjers, clematissen, bloemstruiken, bessenstruiken en fruitbomen; bij de groenten: ui, look, kool, courgette en pompoen.

Tijd ook om de serre voor te bereiden op de eerste zaailingen. En om de rozen te snoeien :in vorm en verjongen door oude takken weg te doen, is een betere werkwijze dan stee-vast op 2 á 3 ogen terug te snoeien. Het is immers de vraag hoe hoog je je rozen wil hebben; voor mij geldt: op neus-hoogte. Bloempotten die in de herfst met bollen werden gevuld, of werden bewaard op vorstvrije plaatsen om minder winter-harde soorten bescherming te bieden, kunnen nu worden geïnspekteerd en afhanke-lijk van de temperatuur naar buiten worden gebracht om af te harden. Bij te warme temperaturen vertonen ze immers de neiging om uit te schieten, en er als "slappe was" bij te liggen.
Voor de liefhebbers begint op de vensterbank binnenshuis of in een verwarmd serre-tje, de eerste zaaiingen: tomaat, pili-pili, paprika's. In koude kas, radijsjes, sla, peter-selie en vroege erwten. Voor reukerwten, die lange wortels maken, gebruik ik het karton van wc-rollen dat ik met kompost vul. Sommige bloemen zoals korenbloemen en klaprozen kunnen ofwel ter plekke gezaaid worden, ofwel in een brede pot worden gezaaid; omdat ze niet tegen verplanten kunnen, kan men ze voorzichtig in 2 of 3 klompjes verdelen en zo op een plek planten.
Tijd ook om een inspektieronde te maken, en te kijken welke planten het minder goed gedaan hebben. Als het een koude winter is geweest, zijn er altijd soorten die ervan afgezien hebben, en het dan een seizoen minder goed zullen doen. En hier en daar zal er helaas ook een struik zijn die kapot is gegaan: de ruimte open maken, met verse kompost vullen, en stekken planten. Keuze te over van struiken die hiervoor in aanmerking kunnen komen: forsythia, sering, boerejasmijn,.....

Tijd ook voor een andere inspektie-ronde: de speurtocht naar één van de grootste "vijanden" van de tuinman: de slakken. Want die beginnen vanaf nu ook aan hun vaak voor nieuwe scheuten of jonge plantjes vernietigende aktiviteit. Ik zou over slakken een heel boek kunnen schrijven, maar in het kort bestek van dit artikel zijn volgende zaken van belang. Ten eerste: scheer niet alle slakken over dezelfde kam; de meest vraatzuchtige zijn de naaktslakken, kort gevolgd door de wijngaardslak-ken (segrijnslakken; links op de foto hieronder). Het minst calamiteus zijn de tuinslakken (rechts op de foto), die men kan herkennen aan hun afgeplattere ovaalvorm: ze grazen ook algen van struiken en bomen, en verschuilen zich overdag vaak tussen takken en stammen. Twee: tussen de verschillende slakkensoorten heerst een onderlinge strijd doordat huisjesslakken bvb ook de eieren van naakt-slakken opeten: het zijn immers konkurrenten van elkaar. Selektieve vernietiging door bvb de tuinslakken te sparen, werkt kontrolerend op de totale slakkenpopulatie. Ten derde: de BESTE selektieve vernietiging gebeurt door 's avonds op slakkenjacht te gaan. Gewapend met een lamp en een glazen pot om de slakken in te verzamelen. De meest "humane" manier van vernietiging: kokend water in de pot gieten; dat is snel en effektief. Voor wie dit "te vies" vindt: met een schaar de slakken in twee snijden kan ook. Ervaar je dit als "barbaars" bedenk dan, dat het uiteindelijk om plaag-kontrole gaat, en dat men bvb bij garnalen, krabben en kreeften hetzelfde met minder sentiment doet.
Last but not least: de verdorde stengels van grassen kan men rond de graspollen versnijden om de tuinslakken te bevoordeligen. En van de hardere rietstengels kan men weer bundels maken om de komposthoop mee op te bouwen en tegelijk solitaire zwerfbijen nestgelegenheid te geven. In een ecologiese tuin hangt alles met elkaar samen.