Art 12
Over Sterven en Rouwen
RUBRIEK: Kwalen-Karma    Geplaatst op 13 februari 2011

Ik schrijf een artikel over het laatste taboe in onze kultuur: het sterven. Het is nu immers een half jaar geleden dat mijn partner is overleden, en ik spreek dus, helaas, als "ervaringsdeskundige". Het is een extreem moeilijke oefening, balancerend tussen mijn eigen heftige emoties en de nood om er sereen over te berichten. Dat moet, omdat ik in dat laatste jaar veel onzin heb moeten aanhoren, en veel overbodige problemen heb moeten doormaken, bovenop mijn leed en verdriet. Evenwichtskunst, omdat, als men de dood aansnijdt, men twee valkuilen moet vermijden: die van het thema lood-zwaar te maken, en die van het gebeuren als een "heuglijke gebeurtenis" te omschrijven vanuit godsdienstige overwegingen. Maar, dat me zich niet vergisse: sterven IS loodzwaar; afscheid moeten nemen IS loodzwaar; in rouw zijn IS lood-zwaar. Het is het zwaarste wat ik in mijn persoonlijk leven heb meegemaakt, nog steeds meemaak, en ooit zal doormaken. Als de gruwel van een oorlog mij zal be-spaard blijven.

Eerste konstatatie: men probeert het sterven "weg te moffelen". Deels vaak uit "onhandigheid", deels om zichzelf ertegen te "beveiligen", maar vooral omdat in onze moderne tijd met zijn techniese know-how, men de dood als een "nederlaag" en als een "stijlbreuk" ervaart. De dieren, die worden geslacht om als voedsel te dienen, die worden aan het zicht verborgen. Bomen, die worden omgekapt, voor bouwterreinen, wegen of gebouwen, worden als "objekten" en niet als slachtoffers beschouwt. Men blijft maar de Natuur vernielen, kamoefleert de wezens die in dat proces sterven, en vertrekt dus van het absurde "belief" dat niets echt kan sterven. Het hoort immers niet bij ons ingebakken visie over het leven, en de manier waarop we het beleven. In diezelfde sfeer probeert men dan vaak ook het verlies van een dierbare te "minimaliseren". Ik heb dus in de loop van die maanden heel wat gemeenplaatsen (dood-doeners?) naar mijn kop geslingerd gekregen: "Je wist het toch!"; "Je hebt nog je dierbare herinneringen"; "Het leven gaat voort";....

Het leven van de achtergeblevene gaat echter NIET door: het is alsof zijn leven is blijven stilstaan op de dag dat zijn partner stierf. Niet in het minst omdat hij met alle leefgetuigenissen en objekten van zijn partner blijft zitten. Ook dat is een zeer delika-te oefening: wat daarmee gedaan? ELK objekt dat men vastneemt of bekijkt, laat een lading spanning en emoties los: van kledingstukken, sieraden, dokumenten, brieven, tot en met boekentassen, medikamenten, gsm en pc. Het is alsof de persoon niet één keer is gestorven, maar telkens opnieuw sterft. Vandaar dat velen dat niet aankun-nen, en alles in één keer in een container kieperen; of verhuizen; of gewoon alles laten zoals het was. Het is een ontzettend pijnlijk proces. Loslaten? Akkoord, maar zeg dat aub niet te gemakkelijk: het kost stukken van je eigen wezen.
Trouwens, dat fameuze "loslaten" is in wezen een groot misverstand: ieder die heen gegaan is, laat niet alleen "herinneringen" , maar ook "sporen" na in de wereld: zijn levensgetuigenissen. En een deel van de "erfenis" van de achtergeblevene, bestaat er juist uit van die in stand te houden! Kortom, juist de tegengestelde oefening: vast-houden uit eerbied; die sporen niet laten wissen: een levens-eerbetoon .

Tweede konstatatie: in het begin kan de achtergeblevene op enorm veel medeleven en hulp rekenen. In zekere zin hebben OOK de anderen die een dierbare vriendin, kameraad, familielid, lerares, collega,...hebben verloren hem nodig om hun verdriet te kunnen uiten. Maar omdat hun verlies kleiner is dat dat van hem of haar, gaan zij terug naar hun leven, en komt de achtergeblevene pas dan echt alleen te staan. Probleem: niemand ziet dat probleem. Iedereen wenst hem of haar veel sterkte toe, maar zonder er zich verder veel in te betrekken. Omgang met hem of haar is, gezien de situatie, ook niet prettig. Ik kan daarop alleen zeggen: beste mensen, "schenk" geen wensen als daar niet tegelijk een engagement in vervat is. Als wensen "niets kosten", zijn ze gratuit en eigenlijk een goedkope uitvlucht.

Derde konstatatie: ondanks alle beschouwingen over het leven NA de dood, de spirituele essenties, de onsterfelijkheid van de ziel, etc... houden de meesten zich in de levenspraktijk daar niet echt meer mee bezig. Ze hebben herinneringen aan deze persoon, ze zullen hem missen, en dat is het!
Hoofdstuk gesloten, en de overledene in een "memory-box" opgesloten! Voor MIJ stopt mijn "zorg" echter niet aan de poort van de Dood: ik ben nog erg begaan met het zieleheil van mijn partner "aan de andere kant". Daarom doe ik de dingen hier die "ik moet doen", omdat ik weet dat wat ik hier in het reine breng of oplos, ook daar rust brengt. Mijn spirituele verantwoordelijkheid stopt dus niet, wanneer ze er "niet meer is". Als men ervan overtuigd is, dat de essentie van de onsterfelijke ziel blijft voortleven, moet men daar zijn konsekwenties aan verbinden. Bijvoorbeeld: iemands problematiek stopt ook niet met zijn leven. Als hij daarvan een stuk mee-neemt naar "de andere kant", dan moet hij of zij daar ook zijn karma verder uitzui-veren.

Het beeld van een ziel die "naar het licht gaat" zoals tegenwoordig algemeen wordt voorgesteld, bulkt vaak van de wishfull- thinking of van de verwachtings-patronen. Er zijn immers verschillende hemel-sferen en niet één uniforme hemel. Die "andere kant" is dus veel plastieser en kaleidoskopieser: de ziel vertoeft er vaak een hele tijd in een overgangs- niveau, dat de geestelijke pendant is van wat zijn leefsce-nario hier op Aarde was.
Destijds in het middelbaar heeft mij de verplichte lektuur van het boek "Le Grand Meaulnes" geweldig aangesproken, zonder te kunnen duiden waarom. Nu weet ik waarom: de schrijver ervan, Alain Fournier, wist onbewust dat hij niet meer lang zou leven, en heeft er de "oversteek" en zijn universum aan de andere kant in beschre-ven. Het boek kwam uit in 1913; in 1914 sneuvelde Fournier in Verdun. Voor de rest maak ik daar zelf niet teveel voorstellingen van, maar krijg zonder dat ik dit zoek "signalen" van diegenen die mij dierbaar waren: mijn vader, die van eten hield, heeft het decor van een restaurant gekozen; een tante met verzuchtingen naar grandeur, een Victoriaanse villa; de kat Charel die 20 jaar een trouwe metgezel is geweest en graag op boeken sliep, heeft een boekenwinkel uitgekozen. En mijn vrouw, wandelt door berg en dal in een spektakulair Oosters landschap. Ik hoop dat ze er allen rust kunnen vinden.