Art 13
Oud Leed oplossen
RUBRIEK: Kwalen-Karma    Geplaatst op 15 januari 2013

Bij de opruiming van het ouderlijk huis, werd ik er keer op keer op gewezen, hoe be-langrijk het is, om dingen achter zich op te ruimen. Ik had het nochtans precies pro-beren te voorkomen, door bij mijn ouders bij iedere fase van hun laatste levensjaren de noodzaak ertoe te bepleiten, en ze te stimuleren om het daadwerkelijk te doen. Mijn vader, om zijn magazijn op te ruimen en alleen de waardevolste of meest gelief-de objekten over te houden, voor hij door zijn suikerziekte het niet meer zou kunnen. Mijn moeder, om de winkel te stoppen en te ledigen, omdat ze mantelzorgster was voor haar man als terminale diabetes-patiŽnt. Mijn moeder, om haar paperassen en bezittingen te ordenen, voor ze de kracht niet meer had om nog de trap te doen. Het heeft allemaal niet geholpen: ze hadden er geen oren naar. Zelfs toen ik de gruwel visualiseerde van dan verplicht te zijn alles in een container te droppen, kon dit hen er niet van weerhouden om ........ niets te doen, en alles te laten zoals het was.

Zoals het was betekende dan: in die 65 jaar dat ze op dezelfde plek hadden geleefd, nagenoeg niets hebben weggedaan. Aldus was het huis letterlijk en figuurlijk volge-stapeld geworden met objekten die eens hun funktie hadden gehad, maar met de tijd kapot waren gegaan, kompleet overbodig waren geworden, of gewoon waren vervan-gen geworden door ándere voorwerpen of gebruiksartikelen. Omdat daar dan een "herinnering" en een emotionele lading aan kleefde (wat we "samen" hadden meege-maakt), werden deze op zich waardeloos geworden voorwerpen toch nog "bewaard". En op die manier stapelt men dag na dag, week na week, jaar na jaar de rommel op; eerst in kasten en laden; en wanneer die vol komen in de kamers, tot ook die propvol komen, en men zich er nog met moeite kan door bewegen.

Een "uitleg" die dan nogal eens naar voren wordt geschoven om dat te verklaren, is deze: dat is typerend voor een generatie die de oorlog heeft meegemaakt! Persoonlijk bevredigt deze uitleg mij niet; ik vind hem ongeloofwaardig.

Vooreerst kŗn men bezwaarlijk opstapelen, omdat alles zó snel verandert, dat niets nog een blijvende, tijdsloze waarde bezit; het komt er dus op aan van tijdig iets van de hand te doen, om er nog iets geldelijk van te kunnen maken, en er zich een "mo-dernere versie" van te kunnen aanschaffen. Hierdoor kan niets lang "meegaan". Dit past in de tijdsgeest van konsumeren, en beantwoordt aan de nood om zich als het ware te "vernieuwen": de moderne mens verzamelt geen goederen of eigendommen meer, maar ervaringen: reizen, uitstapjes, restaurantbezoeken, pretparken, ...... Hij "bezweert" aldus de dood of de vergankelijkheid van het leven, door er steeds "jong" te willen blijven uitzien, en er een "jeugdige", aktieve en avontuurlijke" levensstijl op na te houden.

De strategie van "vroeger" was anders, maar kwam op hetzelfde neer: men "be-zweerde" de dood of de vergankelijkheid van het leven, door alles zo lang mogelijk intakt en konstant te houden: plaatsen, gewoontes, kledij, meubels, levenswandel, routines, .......De tijd kreeg dan schijnbaar weliswaar, geen "vat" op mensen en din-gen. "We zijn nog niet dood", reageerden mijn ouders, telkens wanneer ik er op aan drong om iets weg te doen of op te ruimen. In zijn magazijn bezweerde mijn vader de tijd en het leven: het was het "bewijs" dat hij nog greep had op het leven; ook wan-neer hij dat niet meer echt had. In haar winkel en haar schrijven, bezweerde mijn moeder de tijd en het leven: het was het "bewijs" dat zij nog "aanwezig" was, ook wanneer ze in het ziekenhuis lag.

Maar beide strategieŽn werken niet: men kan geen tijd "winnen", door sneller of trager te leven: men moet zich bewust zijn van de levensfase waarin men verkeert, en van het UNIEKE van zijn opdracht. Om "vooruit" te kunnen in IEDERE fase, moet men iets achter laten, om verder, vooruit te kunnen: men moet DOOR een proces.

Doet men dat NIET, dan stapelt men -naar analogie met de brol die men verzamelt- soortgelijke ervaringen of patronen op. Simpeler uitgedrukt: men herhaalt hetzelfde. Zoals men laag na laag objekten opstapelt, stapelt men laag na laag onafgewerkte si-tuaties en problemen op. Afwerking zou zijn: de situatie uitgeklaard en het pro-bleem uitgepraat en opgelost. Niet-afwerking houdt ook in: het is niet echt "weg", maar het wordt opgestapeld. Op die manier sleurt een mens een hele buidel onafge-werkte problemen of karma als een last met zich mee.

We kunnen weliswaar niet meer feitelijk veranderen "wat gebeurd is", noch de klok terugdraaien, maar we kunnen wel "dat puin van ons verleden", dat als een onaf-gewerkt karmies spoor achter ons aan slingert, opruimen door het te verwerken. Dan geven we het een andere "plaats", beleving en bestemming, en wordt het beschenen in de ware gedaante en waarde dat het had. Op die manier kan er rust in ons verleden komen, en wordt karma "opgelost" of vrij gegeven: als een gekooide vogel die eindelijk wordt vrij gelaten, en we niet meer "met ons mee" moeten sleuren. Iets afwerken is dus ontzettend belangrijk: het kan dan terug "vrij" gegeven wor-den, en wordt dan ipv "geladen", neutraal als een "chroniek" in ons persoonlijk verle-den, zoals die worden opgeslagen in de Akasha-chronieken hierboven.

Al ruim 4 maanden werk ik aldus aan de opruiming van het ouderlijk huis ťn naar analogie aan de gemoedsrust van mijn overleden moeder hierboven, alsook aan het stuk karma van de familie die met die woonplaats en leven en dood aldaar betrekking heeft. Liever had ik gehad dat mijn ouders al een deel van dat werk hadden vol-bracht, en het is geen "leuk" maar een zwaar en belastend werk, maar "a man had to do, what he has to do". Door dat werk kan het Rad van het Karma ten goede draaien, en komen er dingen naar boven en naar buiten: voor wat mijn ouders de moed niet hadden om af te werken, werk ik in hun plaats af. "Het is volbracht". Bijna. Daarna ga ik op mijn effen moeten komen.

Dus beste lezer: werk af wat je kunt afwerken, en ruim op wat je kunt opruimen. Zeg aan de mensen rondom jou wat je hen te zeggen hebt. Wacht niet op een "betere" of ideale tijd, want die is er niet: NU, is de goede tijd. Morgen, kan de kans immers voorbij zijn. En neem afscheid wanneer je afscheid moet nemen. Het is alles behalve prettig, maar het is noodzakelijk. Ga door de Grote Poort, en muis er niet vanonder langs sluikse achterpoortjes. Kom met jezelf en je verleden in het reine. Veel existen-tiŽle moed toegewenst.