Art 9
De doorzichtigheid van de democratie
RUBRIEK: Maatschappijkritiek    Geplaatst op 10 juli 2010
Demokratie is een mooi beginsel, maar veel hangt af van hoe men dat beginsel in de praktijk uitvoert. Mooie beginse-len blijven slechts "dode letters", wanneer er onvoldoende of helemaal niet wordt toegezien op hun naleving, of wanneer de praktiese uitvoering ervan een oneindige administratieve rompslomp met zich meebrengt. Het eeuwige verschil tussen de letter en de geest, of de eeuwige strijd tussen de vorm en de inhoud. De manier waarop een demokratie al dan niet effektief werkzaam is, kan men bijgevolg meten aan de doorzichtigheid van het konkrete BELEID, en aan de mogelijkheid van de "gewone burger" om dat beleid in vraag te stellen. Niet alleen weer louter "teoreties" (verbaal), maar daadwerkelijk door in de omgekeerde zin ook INSPRAAK te krijgen in de besluit-vormingen van dat beleid.
Dat is de manier waarop de direkte demokratie zou moeten werken (ipv de indirekte door goedkeuring of afstraffing van het beleid door de verkiezingen). Het is ook demokratie aan de basis, omdat de betrokken burgers ervarings- deskundigen zijn, die de GEVOLGEN van dat beleid rechtstreeks ervaren. Ik ga dat na aan de hand van drie TESTCASES die zich in mijn onmiddellijke leefwereld gesteld hebben tijdens de periode 2009 - 2010.
De eerste case heeft betrekking op de door De Lijn ingevoerde maatregel, om voortaan op bussen verplicht vooraan op te stappen. Terwijl voor alle andere maatregelen uitgebreide enquêtes aan studiebureau's worden uitgegeven, waarmee men reizigers tijdens hun rit komt ambeteren, is déze ingrij-pende maatregel, zonder de minste peiling en inspraak bij haar werknemers, de chauffeurs, en haar klanten, de reizigers, door De Lijn van bovenaf geparachuteerd. Er is ooit in de zo-mer(!), op een niet-spitsuur(!) op één lijn op één bus op één dag (!) eens een "proefrit" volgens dit "principe" uitgevoerd. Toevallig (of niet) zat ik op deze bus; ik heb toen heftig gepro-testeerd en een klachtenbrief naar de Lijn gemaild omdat ik toen verplicht werd om vooraan op te stappen EN af te stap-pen. Als de deuren immers niet gesloten werden, dan stapten de wachtende reizigers gelijk door alle deuren naar binnen. Men kon bij dat "experiment" toen al gekonstateerd hebben, met welk tijds-verlies dat gepaard ging. Maar ik kreeg daar door de Lijn geen uitleg over: ze gingen dat "onderzoeken".
In folders wordt sindsdien wel breed uitgesmeerd dat deze maatregel genomen is om "de veiligheid te verhogen" en het aantal zwartrijders te doen dalen. Wat het laatste betreft: men geeft daardoor de chauffeurs nog eens een extra taak bij, alsof die niet genoeg te doen hebben. En wat het eerste betreft: het reiscomfort is integendeel afgenomen, en de wrevels zijn TOE-genomen. Toen ik er De Lijn andermaal op attent maakte dat deze maatregel uitermate senior-onvriendelijk was -begin je als ouderling maar eens door de massa buiten en binnen de bus te murwen, en een plaats te zoeken terwijl de bus al aan het rijden is- kreeg ik als bot antwoord dat het verplicht was, en opnieuw een folder met het "reglement" opgestuurd. Konklusie: De Lijn stelt zich op als een autoritaire "baas" en scoort 1/10 voor overleg en demokratie.
De tweede case heeft betrekking met de plaatselijke ambtena-rij en het stadsbestuur waar ik leef. Verleden jaar werd het perceel dat achteraan grenst aan mijn woonhuis en waarop een bosje stond, verkocht. De nieuwe eigenaars deden een tuinaannemer zonder boe of ba een kaalslag uitvoeren. (zie artikel: Bomenkap)
Eerst moest ik klacht indienen bij de Bouwpolitie om de illegale kap te doen stoppen. Daarna moest ik wachten tot een regula-risatiedossier werd ingediend, het gaan inkijken en in beroep gaan, wat ternauwernood lukte. Gesprekken met de Groen-dienst verliepen aanvankelijk redelijk, tót deze laatste genoe-gen nam met de aanplanting van enkele boompjes voor het rooien van 90 volwassen (!), bestaande bomen. Resultaat van de tussenkomst van de Groendienst:één luttel boompje gered! In het beroep (dat achter gesloten deuren werd afgehandeld), volgde het stadsbestuur zonder enige kanttekeningen het plan van de tuinaannemer.
Dus weer in beroep gaan, deze keer voor de Deputatie van de Provincie; weer de santeboetiek van procédures en aangete-kende zendingen. De hoorzitting zelf werd in sneltreinvaart afgehandeld (waarom?): ik had mij voorgenomen om in een 5 minuten aan de hand van foto's van de situatie mijn argumen-ten te bundelen, maar ik was pas 1 minuut aan het spreken, toen ik de mond werd gesnoerd met de opmerking dat dit geen " stedebouwkundige" argumenten waren.Natuurlijk niet! Maar toen ik daarbij verwees naar zowel het beleid van de minister van Leefmilieu om voor meer bosaanplantingen te zorgen (vooral in het overgangsgebied tussende stad en het buitengebied!), en naar de Boomplantings- aktie van Stad Gent (kan het cynieser!), dan werd dát weer als politiek(?) weggewuifd. Daarna vergaapte men zich kollektief aan het plan van de tuinaannemer-dat was een "taal" die ze tenminste verstonden!- en dat was het.
Twee weken later kreeg ik de beslissing in mijn bus. Ik laat je zelf evalueren aan de hand van een foto ervoor en erna, of "er naar de perceelsranden nog voldoende groenplanting aanwezig is ". Konklusie: de hoorzitting was een demagogies spel, waar onder het mom van "voorschriften" geen andere argumenten werden toegelaten. De natuur werd buitenspel geplaatst: bomen en vogels hebben immers geen "rechten". De Deputatie scoort 0,5/10 voor overleg en demokratie.
De meest dekadente case, is deze van een fietspad. Het gebied waarin ik woon, komt onder druk te staan van een verdere stadsuitbreiding: waar vroeger dieren op weiden graasden, zijn nu nieuwbouwwijken door verkavelingen gerezen. Maar ondanks alles, was men er toch in geslaagd om met een vijver en een dreef van groene wandelgangen, een rustige sfeer te kreëren. Dat was trouwens een troef waarmee potentiële ko-pers 14 jaar geleden werden gelokt.
Ineens had het stadsbestuur er niets beters op gevonden van dwars daardoor een fietspad (van 3 meter breed aub!) te leggen. Zogezegd omdat het "onmogelijk" (sic) was, langs de straat een fietspad aan te leggen. Een petitie van de buurt tegen deze aanleg, werd kompleet genegeerd. Toen op een goede dag op een obscuur uithangsbericht op een onooglijke plaats, stond te lezen dat "men" slechts 14 dagen tijd had om in beroep te gaan, achtte ik het moment van aktie aangebro-ken.
Deze beroepsprocédure voor De Raad der Vergunningen is echter lastiger dan men laat uitschijnen. In teorie kan iedere burger tegen een vergunning in beroep gaan; er is zelfs een artikel aanwezig dat toelaat in beroep te gaan "als de vergun-ning strijdig is met de beginselen van een goed bestuur". Welnu, ik vind dat een onnodig fietspad aanleggen dat slechts weinigen zullen gebruiken, enkele gevaarlijke verkeerspunten kent en de (beloofde) rust van een wijk grondig zal verstoren, wel degelijk geen uiting van een goed bestuur.
In de praktijk houdt de procédureslag nooit op, zelfs niet als de eigenlijke procédure afgelopen is. Je komt daar als particulier tegen een leger advokaten te staan, die onderlegd zijn in de taal en in het proces waarin zo'n verhoor plaats vind. Ik mocht daar weliswaar "mijn zeg" doen, maar er werd mij geen enkele grond gegund, om mij in mijn argumenten te verdedigen. Kon het fietspad wél langs de straat aangelegd worden? Dan had ik maar tegen DIE vergunning in beroep moeten gaan! (precies of ik niets anders te doen heb) Bovendien werd erop geha-merd dat ik als bewoner rechtstreeks last moest hebben; en daarmee bedoelde men dan nog eens: fysieke hinder.Dat fiets-pad loopt toch niet voor UW deur! En ja, het zullen ook niet MIJN kinderen zijn die daar zullen overreden worden, want ik heb er geen! Pfff, wat een onzin onder het mom van "de juiste procédure te volgen". En als klap op de vuurpeil: mijn beroep tot schorsing werd "niet-ontvankelijk" verklaard omdat ik een vernietiging had moeten vragen. Immers: "de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging is derhalve een accesso-rium(?) bij de vordering tot vernietiging." De Raad voor Vergunningen scoort 0,0pi/10 voor overleg en demokratie, maar 9/10 voor cyniese semantiek-spelletjes.
KONKLUSIE

Op grond van mijn ervaringen van hierboven, dwingt het besluit zich op dat er een groot verschil bestaat, tussen hoe de demokratie als teoreties model wordt gepresenteerd, en hoe ze in de PRAKTIJK gevoerd wordt. Nieuw is dit helaas niet: het is gewoon een kenmerk van onze kultuur die uitermate hypokriet is. Aan de ene kant bijvoorbeeld op scholen allerlei "lessen" in natuurbehoud geven, maar in de praktijk op bestuursgebied en stedebouwkundige ordening, "de natuur" als levende realiteit kompleet ontkennen en geen enkele rechten toekennen (als iemand de moed heeft om zich in haar naam als "derde" te stellen). Het heeft mij met name voor de twee beroepsschriften heel veel tijd en toch ook geen onaanzienlijke som geld gekost, om mij doorheen de ingewikkelde procédures te werken. Dan zou men menselijk mogen verwachten, dat ik op zijn minst in mijn argumenten op de HOOR(!)zittingen ter zake zou aanhoord worden. Niets is echter minder waar: telkens werd mij letterlijk en figuurlijk de mond gesnoerd met (nieuwe en verdere) procédure-kwesties. Op dat vlak -het recht en de rechtspraak - ervaart men demokratie dus blijkbaar als een spel: het verschil tussen VORM en INHOUD, of tussen "kennis" en bewustzijn. Op dezelfde manier werd een integer en wijs man als onderzoeksrechter Connerote voor een "procédurekwestie" uitgerangeerd. Dat hoort immers bij dat spel: zogezegd vergeten (?) dat regels een bepaald DOEL moeten dienen, maar die onderussen wel hanteren om minder eerbare bedoelingen te dienen.
Zolang het om onschuldig vermaak gaat, blijft het bestuur verder een paternalitiese glimlach ophouden, maar van zodra het ERGENS werkelijk over gaat, waarvoor de " gewone burger" opkomt, valt het masker en wordt het bestuur ineens een autoritaire dictator die alleen richtlijnen en reglementen kan uitvaardigen waaraan de burger zich moet onder-werpen. In de praktijk is het dus steeds sprake van een één-richtingsverkeer, waarbij de burgers geen echte middelen hebben om bepaalde maatregelen van het bestuur tegen te houden. De kanalen daartoe bestaan louter in teorie; in de praktijk werken ze alleen in funktie van "het systeem". En dan maar lullen hoe men bij diezelfde burger het geloof in het bestuur (de politiek) en in het gerecht kan herstellen! Datzelfde gelul kan men terugvinden in de "tempel" van de demokratie, het Parlement: de verkozenen komen daar hun klapken doen op het spreekgestoelte, één voor één, zonder naar elkaar te luisteren, waarna "gestemd" wordt op basis van de partijbelangen. Het toppunt van demagogie en schaamteloze hypokrisie vond ik, dat "natuur-argumenten" enkel werden aanvaard waar die TEGEN mij konden uitgespeeld worden, en dat men, terwijl men het elementair respekt niet kon opbrengen om naar mij te luisteren, er blijkbaar wel geen problemen in zag om mijn credibiliteit aan te vallen. Eindkonlusie: als "gewone burger" moet men zich meer en meer onderwerpen aan allerlei regels die van bovenaf autoritair worden opgelegd, terwijl men minder en minder "te zeggen heeft" daarin. Het beleid en de levenssfeer worden konservatiever en grimmiger; "demokratie" is een slechts een vod "papier" of een "naam", en zeker geen realiteit. En men hanteert de "crisis", die "men" nota bene zelf veroorzaakt heeft, als drogreden om overal "de vijs toe te draaien".