Art 14
Cataract of grauwe staar
RUBRIEK: Kwalen-Karma    Geplaatst op 22 november 2018

Ik had het zien aankomen. Mijn rechteroog-funktie was de laatste maanden sterk achteruit gegaan; mijn brein kon het verschil tussen beide beelden nog overbruggen om er één komposietbeeld van te maken, maar het verschil tussen beide ogen was van de grootorde van 2. dioptrie geworden. Als ik enkel door mijn linkeroog keek, zag ik alles nog duidelijk en scherp; maar als ik enkel door mijn rechteroog keek, zag ik de wereld wazig, een beetje dubbel en kreeg ik last van lichtschitteringen. Het optreden van meer regelmatige oogmigraines maakte ook duidelijk dat mijn brein vermoeid geraakte om dat verschil te overbruggen, en de coördinatie tussen beide ogen geregeld moest gereset worden.

Ik kwam bij de oogarts binnen met de mededeling: "Ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is, dat mijn linkeroog nog steeds goed ziet. Het slechte nieuws is, dat mijn rechteroog achteruit gegaan is , en dat ik vrees dat het cataract is." Dat bleek inderdaad het geval. En tegenwoordig is dat geen probleem meer: ik werd onmiddellijk op de rol geplaatst voor een operatie. Zulke staaroperaties zijn courante ingrepen geworden, en houden heel weinig risico's in. Ze vinden plaats onder plaatselijke verdoving, waarbij de troebel geworden lens wordt verbrijzeld, en vervangen door een kunstlens. De ingreep zelf duurt al bij al zo'n 15 à 20 minuten, en erna kan men zelfs gewoon naar huis.

Op mijn vraag in welk stadium ik mij bevond, en van wanneer de ingreep werkelijk noodzakelijk zou zijn, kreeg ik een kort maar zakelijk antwoord: "Verbeteren zal het niet doen." De operatie was gepland voor 14 dagen later. Ik maakte me niet zozeer zorgen voor de pijn en Co, maar eerder voor het feit dat ik tijdens de operatie mij onbeweeglijk zou moeten houden. Want ik kan normaliter niet verdragen dat er iemand met een vinger naar mijn ogen komt, dus ik was bang voor de mogelijkheid dat ik de dokter een oplawaai zou kunnen verkopen. En mentaal leek het idee dat ik alles nog zou kunnen zien wat men met mijn oog uithaalde, een nogal ondraaglijke gedachte. "Geen probleem; de meeste mensen zien gewoon mooie kleurtjes", pro-beerde de oogarts me gerust te stellen.

Wanneer een patiënt angstig een ingreep ondergaat, dan ligt hij verkrampt op de operatietafel. Maar vermits ik bij bewustzijn was, kon ik evengoed de ingreep zo be-wust mogelijk doormaken. Een konstante is de lichten boven de operatietafel die men de hele tijd blijft zien, en die in vorm, intensiteit en kleur veranderen naarge-lang de fases van de ingreep. Wanneer de eigen lens in stukken wordt gebracht, die één voor één worden weggenomen, ziet men die als een heldere, kristalvormige struktuur, waarvan ik de schittering niet kan weergeven in bovenstaande tekening. Daarna ziet men (waarschijnlijk?)een netwerk zenuwcellen van de cornea (zie figuur rechts hierboven), en de inbrenging van de kunstlens opnieuw als een kristalvormige struktuur.

Het ongemak en de pijn zijn gering, de behandeling achteraf loep-simpel (gewoon druppeltjes), en de revalidatie uitermate kort. Vandaar ook waarschijnlijk dat deze cataract zo'n frekwent uitgevoerde ingreep is. Men "pusht" de patiënt ook om bij iedere kontrole in BEIDE ogen kunstlenzen te laten aanbrengen. Dit stoorde me, omdat mijn linkeroog nog in orde is. Ik begrijp wel dit voorstel vanuit het élan dat men als patiënt toch daarmee "bezig" is en men dan als het ware maar één keer door die hele "operatie" door moet: het andere oog kan reeds 14 dagen later geopereerd worden. Handig, prakties en efficiënt, dat wel; temeer omdat men dan zo haarscherp ziet, dat een bril dan overbodig wordt.

Maar dan kijkt men toch een beetje al te vlug over sommige nadelen van kunstlenzen heen. Het dieptevermogen is wat minder bijvoorbeeld. Niets onoverkomelijks inder-daad, maar het troebel en ondoorzichtig worden van de lens, speelt zich op verschil-lende vlakken af. Het grijs worden houdt niet alleen meer licht buiten en vervaagt de kleuren -wat duidelijk negatief is-, maar maakt de kleurschakeringen ook gedempter en "intiemer". Het uitbundige WIT licht dat NU doorheen mijn rechteroog komt is objektief in klaarte en scherpte een verbetering, maar tegelijk is het een beetje TE Te schel en te fel. Het GELE licht dat doorheen mijn lichtjes aangeslagen linkeroog komt, heeft daarentegen zachtere en subjektief aangenamere klankleuren en harmo-nieën weer die meer bij mijn oudere leeftijd passen. Ik heb dit verschil proberen weergeven in de laatste figuur helemaal onderaan. Mijn brein doet voor de rest nog steeds zijn werk, en maakt een soort komposiet-resultante daarvan: 40% linkeroog-inbreng en 60% rechteroog-inbreng, omdat mijn rechteroog mijn dominant oog is. Dit is een belangrijk feit, dat men in die objektieve benadering nogal eens uit het oog verliest.

De nacht van mijn operatie, en ook de nachten nadien, heb ik gedroomd - ook dro-men is "zien" ! - over mensen die ik tijdens mijn leven heb moeten achterlaten. Hetzij omdat ze mij ontvallen waren en waren "heen gegaan", hetzij omdat ze mij verlaten hadden, hetzij ze mij uit het oog hadden verloren. Men kan denken: dat zijn toevallige symbolieken, maar niets is minder waar: dromen is een verwerkingspro-ces, dus deze themata staan in rechtstreeks verband met de OORZAAK van mijn cataract. Er is sprake van een verouderingsproces inderdaad: door een jarenlang gebruik, verslijten onze organen met de tijd. Dat is zo, maar anderzijds "verschijnt" zo'n lichamelijk gebeuren in samenhang met bepaalde energeties-psychologiese pro-blematieken. Dus de vraag rijst: van WAT is cataract een "symptoom"? Wat wil grijze staar ons duidelijk maken?

Vooreerst past de grijze staar in een algemeen vergrijzingsproces met het ouder worden: de haren worden grijs, de huid wordt grauwer, het gestel wordt zwakker en kwetsbaarder. Samen met deze lichamelijke vergrijzing, treedt ook een psychiese vergrijzing op: de radikale, wit-zwart opstelling en denken vanuit de jeugd, wordt vervangen door een meer genuanceerde instelling met oog voor verschillende in-valshoeken en getemperde opvattingen. Tussen de extremen wit en zwart, bestaan een heleboel tinten en overgangen van grijs in allerlei intensiteiten. En dit alles wordt nog eens verzacht met een dosis empathie en begrip voor de situatie van "de ander".
In deze vergrijzing is de basisproblematiek daardoor: wat domineert? Domineert de angst vanwege het gevoel van kwetsbaarheid door de teruglopende kracht en macht de situatie te kunnen kontroleren, dan wordt men een bange, grijze muis. Domineert daarentegen de wijsheid en het inzicht dat met dat groter bewustwordingsproces over zichzelf en de werkelijkheid gepaard gaan, dan wordt men een "éminence grise". In die optiek zijn de ogen niet alleen "de spiegel van de ziel" maar ook een BUFFER tussen de objektieve werkelijkheid van de buitenwereld en de subjektieve perceptie ervan door de binnenwereld. Wanneer men de dingen niet meer scherp ziet, dan zijn de scherpe kantjes er vanaf: grijze staar laat als het ware blinden neer om de persoon te beschermen tegen de "gevaarlijke buitenwereld" door dewelke hij zich anders (meer) zou kunnen gekwetst voelen. Wat men niet ziet, niet deert!

Dus de gebruikelijke opmerking "oh cataract, geen probleem; dat kan opgelost wor-den", klopt weliswaar wat het lichamelijk vlak betreft (en is tevens noodzakelijk om-dat het tot blindheid kan leiden wanneer de oogkegeltjes bij gebrek aan licht begin-nen af te sterven). Maar psychies men moet zich tegelijk bewust zijn van het feit, dat men met een operatie weliswaar de funktie kan herstellen, maar daarmee niet de problemen uit de weg kan ruimen, die zich in het optredende symptoom manifeste-ren. Als men niét symptomaties tewerk wil gaan, moet men zich dus bij cataract af-vragen: hoe zie ik de werkelijkheid, en wat wil ik zien en niét zien. Dan brengt het symptoom ons tot een inzicht, wat wezenlijk ook de bedoeling is.